Categorie archief: Beeldende Kunst

Interview met José Mojica Marins – De horrorfilm ten tijden van Tropicália en het militaire regime

Hoewel het grootste gedeelte van het interview wat wij José Mojica Marins afnamen door Schokkend Nieuws zal worden gepubliceerd, stelden wij hem ook nog wat vragen die specifiek betrekking hebben op ons onderzoek. Op het eiland Florianópolis ontmoette wij professor Daniel Serravalle de Sá wiens proefschrift Marins’ werk contextualiseert in het licht van het militaire regime. De Sá’s werk is baanbrekend in die zin dat de meeste Brazilianen de films van Marins niet echt serieus nemen – niet in conceptuele zin maar ook niet op het niveau van de praktische innovaties die Marins deed. Naast vernieuwende manieren om films te financieren bedacht Marins namelijk een aantal vernieuwende camerastandpunten en edit technieken.

Het feit dat Marins bevriend was met mensen uit de Tropicália beweging en met een aantal regisseurs die eveneens naam maakten rond die tijd geeft aan dat hij aan het begin van zijn carrière een stuk serieuzer genomen werd. Wellicht dat de censuur tijdens het militaire regime daar negatieve invloed op heeft gehad. Veel van Marins vrienden verhuisden naar het buitenland, voor sommige was dat bittere noodzaak en voor anderen kwam het carrière technisch wel goed uit om in ‘ballingschap’ te ‘moeten’ leven. Marins koos er echter voor om in Brazilië te blijven en het gevecht met de censor aan te gaan. Een gevecht dat hij uiteraard niet kon winnen: zijn films mochten uiteindelijk niet meer vertoond worden en na de val van het regime zag Marins zich genoodzaakt om pornofilms te maken om zijn rekeningen te kunnen betalen. Inmiddels waren zijn films wel opgepikt in de Anglo-Europese wereld waar ze geroemd werden vanwege hun vernieuwende mix van horror, geweld, felle kritiek op religies en huis-tuin-en-keuken filosofie. Dit in combinatie met het feit dat Zé do Caixão uitgroeide tot een nationaal fenomeen zorgde er voor dat Marins tot op de dag van vandaag films kan maken in Brazilië.

Maaike Gouwenberg en Joris Lindhout en Jose Mojica Marins

M&J: We spraken met verschillende mensen die jouw vroege werk lezen als een kritiek op de sociale omstandigheden in die tijd. Was het een bewuste keuze om sociale kritiek in je films te verwerken of is dit iets wat achteraf door wetenschappers gelezen wordt?

José: Ik deed gewoon wat ik dacht dat ik moest doen.

M&J: Maar had je de intentie om met je films kritiek te leveren op het regime?

José: Een nekschot had ik gezien, maar een filmstudio nog nooit. Pas na mijn derde film ben ik naar een studio gegaan: Maristela in Vera Cruz. Ik had daar mijn kantoor maar ik filmde altijd op straat.

M&J: Hoe sta je tegenover de analyse van je werk als een instrument voor sociale kritiek?

José: Ik ben vaak gearresteerd. Ik was een van de meest vervolgde filmmakers, het was een hele nare tijd. Eigenlijk wouden ze me uit de weg ruimen.

M&J: Ben je verbannen geweest?

José: Ik ben nooit verbannen, maar vaak gearresteerd en gemarteld. De enige reden dat ik nog leef is omdat ik zo slim ben. Ik zag al mijn vrienden zoals Glauber Rocha, Rogério Sganzerla en Júlio Bressane naar het buitenland vluchten. Ze zeiden tegen me: Zé als je niet vlucht zullen ze je vermoorden! En daar hadden ze gelijk in. Ze hadden me zeker vermoord als ik ze niet te slim af was geweest. Ik zorgde dat ik bevriend werd met een aantal mensen bij de politie en vroeg hen om uitnodigingen voor besloten feestjes. Op die feestjes zocht ik naar dochters van hooggeplaatste politiemannen, en hen bood ik een rol aan in mijn nieuwste film. Als ze me vervolgens probeerden te arresteren tijdens het filmen liet ik haar bellen met haar vader, en zo kon ik altijd mijn films afmaken.

M&J: En die meisjes hadden niets door?

José: Jawel, nadat het regime was gevallen vertelde ik ze ook dat ik eigenlijk alleen maar bij ze was om mijn films te kunnen maken. Zij vertelden mij toen dat ze ook alleen bij mij waren zodat ik mijn films kon maken.

… De rest van het interview zal binnenkort door Schokkend Nieuws worden gepubliceerd!

Beelden uit het onderbewuste

Na een lange rit in de bus, over semi-snelweg, door oude straten, langs de universiteit die op een fabriek lijkt en een aantal kleine favela’s stopte bus 249 (van Carioca naar Agua Santa) voor een slecht onderhouden gebouw uit de jaren ’50 van de vorige eeuw. Hier, ver weg van het strandleven van Ipanema en de bruisende uitgaanswijk Lapa, ligt het psychiatrische centrum Pedro II , dat het Museu de Imagens do Inconsciente (het museum voor beelden uit het onderbewuste) huisvest.

Raphael Domingues

Het Museu de Imagens do Inconsciente heeft zijn oorsprong op de afdeling Ergotherapie met zijn schilder- en beeldhouw werkplaats die in 1946 werd geleid door Nise da Silveira. Zij creëerde niet alleen een plaats waar de patiënten ongestoord en spontaan hun ideëen en gevoelens met verf en klei vormgaven maar zij nam deze werken direct als basis voor het research center waar ze wekelijks bijeenkomsten organiseerde met studenten en wetenschappers om de creaties van de patiënten te analyseren en zo van hen te leren en hun ontwikkeling te volgen. Het kleine museum dat in 1952 startte raakte al snel overladen met alle werken van de patiënten en verhuisde in 1956 naar de huidige locatie, waar het archief inmiddels zo’n 350.000 werken bevat.

Emygdio de Barros

Door het vertrouwen van Nise da Silveira (die Jung in Brazilië introduceerde) in de persoonlijke kracht van de patiënten was het mogelijk om over de jaren aan te tonen dat het maken van schilderijen en sculpturen meehelpt in het genezingsproces van de patiënten. Ook was het mogelijk om via de studiegroepen meer te weten te komen over de verschillende lagen en verwijzingen in de werken. Het meest interessante daaraan was de link naar oeroude mythes die in de schilderijen verborgen liggen. Zo was er een patiënte, Adelina Gomes, die het idee had dat ze een bloem was, wat gelinkt kan worden aan de Griekse mythe van Dafne die in een laurierboom verandert. Een andere patiënt schilderde keer op keer een lange platte boot met de zon erboven, wat veel overeenkomsten heeft met de Egyptische afbeelding van de zonnebark van de zonnegod Ra. Weer een ander aspect dat veel terugkomt zijn rituelen in verschillende vormen. Eén van de patiënten waarbij dit duidelijk terug te zien was is Carlos Pertuis.

Adelina Gomes

Carlos Pertuis

Het was bijzonder om door de tentoonstelling te lopen en de verschillen te zien tussen de werken. Sommige waren zeer gesloten, anderen juist erg kundig en bij de tijd. Wij kregen een tour door het archief waardoor we de omvang van de collectie fysiek begonnen te voelen en ook de ongelofelijke diversiteit in de werken te zien kregen. Een aantal van de patiënten was specialist geworden in één medium en onderwerp terwijl anderen een ongelofelijke ontwikkeling en diversiteit in onderwerpen toonden.

Adelina Gomes

Carlos Pertuis

Raphael Domingues

Het is wellicht niet direct te linken aan ons onderzoek maar zeker noemenswaardig als een unieke plek in het Braziliaanse landschap. In het Museu de Imagens do Inconsciente lijken de hier altijd aanwezige grote verschillen even niet van belang en gaat het puur om de ontwikkeling van het individu.

Zwart gouden mythes

Tijdens de zoektocht naar waar Braziliaanse Gotieke literatuur haar wortels heeft en wat haar hedendaagse vorm zou kunnen zijn, kwamen we terecht in Ouro Preto, een klein stadje midden in de bergen van de staat Minas Gerais. Ouro Preto staat bekend om de conservering van de Braziliaanse Barokke architectuur en de ongelofelijke hoeveelheid kerken in de stad. Vanaf het moment dat je de bus uitstapt tot het moment van vertrek zijn het de kerken en de mythes van het stadje die je bezig houden.

Ouro Preto, wat Zwart Goud betekent, stamt uit de 17e eeuw, de tijd dat de goudmijnen overuren draaiden en de verschillende religieuze groeperingen in de stad voldoende kapitaal bezaten om grote tot zeer grote versierde kerken te bouwen; elk in een eigen, overladen, Barokke stijl. Het is bijzonder om door de ongelofelijk steile straatjes te zwerven en steeds weer een grote kerk te zien. Je vraagt je af hoe ze in godsnaam in dit steile bergstadje zulke kolossale gebouwen hebben weten neer te zetten.

Naast de talloze kerken waren het de zogenaamde ‘Republica’s’ die de aandacht vroegen. Ouro Preto is niet alleen een oud mijnstadje maar heeft ook een van de oudste universiteiten van het land, de Universidade Federal de Ouro Preto. Uniek aan deze universiteit zijn de bijbehorende ‘Republica’s’, de studenten woningen waarvan de opzet te vergelijken is met de Nederlandse verenigingshuizen. Na een ontgroening van de zogenaamde bixos (van bichos, ‘dieren’ in het Portugees) worden zij geaccepteerd in één van de huizen.

In de kerken zelf was het opvallend dat een aantal van hen meerdere Jezus beelden plaatste die de lijdensweg uitbeeldden, waarbij iedere Jezus figuur een pruik en een kledingstuk droeg. Ook hadden de Maria achter, en de twee figuren naast het altaar (meestal een machtig kerkvader en een non) een pruik en mantel.

De meeste beroemde beeldhouwer die dit soort religieuze beelden maakte is Aleijadinho. Hij maakte de beelden voor de centraal gelegen ‘Franciscus van Assisi’ kerk. Aleijadinho is om verschillende redenen een bijzondere beeldhouwer. Omdat hij ongelofelijk getalenteerd was en veel van zijn meesterwerk in de regio rond Ouro Preto te vinden is, maar meer nog door de mythe die rond zijn persoon is ontstaan. Naar het schijnt leed Aleijadinho aan lepra en maakte hij al zijn werk door gereedschap aan de uiteinden van zijn armen te binden en zich te laten verplaatsten door zijn assistenten. Zijn naam heeft hij hier ook aan te danken; Aleijadinho betekent namelijk ‘de kleine kreupele’. Het is bijna onvoorstelbaar dat deze man zoveel heeft gemaakt en het is dan wellicht ook geloofwaardiger om mee te gaan in de meest recente versie van het verhaal waarin dit personage is verzonnen door de schrijver Rodrigo Bretas, en dat het waarschijnlijk meerdere mensen zijn geweest die de beelden hebben gemaakt. Gezien binnen de context van Ouro Preto, wat op zichzelf al redelijk mytisch aandoet door de onmogelijkheid van de plek (in de hoogtij dagen bestond de omgeving uit jungle, wat hier nog een schepje bovenop doet), past de mythische figuur van Aleijadinho maar al te goed.

Na een dagje Barok werd het ons ook duidelijk dat de Braziliaanse Gotiek niet zo snel in deze oude gebouwen terug te vinden is maar waarschijnlijk veel meer voortkomt uit de spanning die ontstond bij het tot stand komen van het onafhankelijke Brazilië; een wigwam in het oerwoud lijkt in deze zin beter te passen.